Harmonieleer

In deze sectie bespreken we de drie meest voorkomende soorten harmonieleer, namelijk functionele harmonie, modale harmonie en bluesharmonie. Je leest ook over verwantschap, dat mede bepaalt welke soort harmonie er in een muziekstuk zit, en alle kenmerken van de toonsoorten. Het begrip harmonie gaat over de akkoordensoorten waaruit een muziekstuk bestaat en welke relatie er is tussen de akkoorden. Als je een harmonische analyse wilt maken, moet je eerst uitzoeken over welke toonsoort het gaat. We onderscheiden vaak drie soorten harmonieën: functionele harmonie, modale harmonie en bluesharmonie.




Zij kunnen worden afgebeeld in een harmonieuze driehoek. Een muziekstuk bevindt zich bijna altijd op een plek ergens in deze driehoek: het kan puur functioneel harmonisch zijn of ergens tussen functioneel en modaal harmonisch. Of het is vooral modaal, maar heeft enkele kenmerken van de blues. Lees meer over de drie harmoniesoorten: functionele harmonie, modale harmonie en bluesharmonie.


Verwantschap

Het begrip verwantschap zegt iets over de relatie tussen twee akkoorden. Er zijn drie soorten verwantschap die mede kunnen bepalen welke harmoniesoort er in een muziekstuk zit:


Kwintvalverwantschap

Hiervan is sprake als de grondtoon van gespeelde akkoorden steeds een kwint omlaag gaat (of een kwart omhoog, zie Omkeringintervallen). De akkoordvolgorde G-C is bv. een kwintval (of kwartsprong).


Leidtoonverwantschap

Hierbij wordt de terts van een akkoord de leidtoon naar de grondtoon van het volgend akkoord. In de akkoordvolgorde G-C zit zowel een kwintval- als een leidtoonverwantschap, want de terts b van G leidt naar de grondtoon c van C. Men spreekt ook van een dalende leidtoonverwantschap, van de kleine septiem van een bepaald akkoord naar de terts van het daaropvolgende akkoord, bv. G7-C, waarbij kleine septiem f van G7 leidt naar terts e van C.


Algemeen toonverwantschap

Als twee opeenvolgende akkoorden veel dezelfde tonen in zich hebben, spreekt men van algemeen toonverwantschap. De akkoordvolgorde G-C heeft een beetje toonverwantschap, omdat ze beide de toon g (als resp. grondtoon en kwint) in zich hebben. In de akkoordvolgorde C-Am7 zit veel meer toonverwantschap, omdat ze drie identieke tonen bevatten: c-e-g en a-c-e-g.
Ben jij ook geïnteresseerd in muziektheorie? Bekijk alle muziektheorie docenten .

Wil je deze theorie toepassen in de praktijk? Vind de muziekles die het beste bij jou past!